DIADE onderzoek

DIADE onderzoek, Diagnostic Imaging of Affective Disorders using Emotion-processing, een onderzoek naar de verbetering van diagnostiek van depressies

Betrokken instelling

Academisch Medisch Centrum Amsterdam

Betrokken personen

Drs. M. M. Rive, onderzoeker en psychiater in opleiding
Dr. H.G. Ruhé, psychiater
Prof. dr. D.J. Veltman, psychiater
Prof. dr. C.L.H. Bockting
Prof. dr. A. H. Schene, psychiater

Startdatum en looptijd

2009-2012

Achtergrond van het onderzoek

Het is van groot belang zo vroeg mogelijk onderscheid te maken tussen uni- en bipolaire stoornissen, aangezien verkeerde behandeling grote negatieve gevolgen kan hebben. Wanneer iemand zich presenteert met een depressieve episode, is de diagnose echter vaak onduidelijk. In deze gevallen zou aanvullend onderzoek gericht op ziektespecifieke kenmerken (biomarkers) uitkomst kunnen bieden. Resultaten van recent functioneel hersenonderzoek met functional Magnetic Resonance Imaging (fMRI) wijzen op verschillen in emotieverwerking tussen uni- en bipolaire patiënten. Dit zou dan ook een veelbelovend als diagnostische hulpmiddel kunnen zijn. Tot nu toe zijn er echter maar zeer weinig studies die uni- en bipolaire patiënten in dit opzicht direct vergeleken hebben. Bovendien werd in de meeste onderzoeken medicijngebruik toegestaan, wat een belangrijke storende factor kan zijn geweest.

Doelstelling van het project

Doel van dit onderzoek is om de toepassing van fMRI voor diagnostiek van uni- en bipolaire depressie te onderzoeken.

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

Het DIADE-onderzoek is een cross sectioneel onderzoek met een prospectieve follow up van 2,5 jaar. Deelnemers (uni- en bipolaire patiënten zonder actuele medicatie) worden een keer uitgenodigd voor een intakegesprek, bestaande uit een interview en vragenlijsten, en een keer voor een fMRI-scan. Tijdens de fMRI-scan zullen de deelnemers taken uitvoeren, die een beroep doen op hersenfuncties die betrokken zijn bij emotieverwerking. De follow up vindt elk half jaar telefonisch plaats en is bedoeld om het eventueel optreden van een (hypo)manie bij als unipolair geïncludeerde patiënten te ondervangen.

Zijn er al (voorlopige) resultaten?

Nee.