Invloed van stressgevoeligheid op beloop en ernst van de bipolaire stoornis
Betrokken instelling
ParnassiaGroep, LUMC, Erasmus MC
Betrokken personen
- Drs. A.T. Spijker, psychiater, promovenda, contactpersoon
- Prof. Dr. F.G. Zitman (LUMC), psychiater, promotor
- Dr. R.H. De Rijk, onderzoeker LACDR, in samenwerking met LUMC
- Dr. E.F.C. van Rossum, AIOS Inwendige Geneeskunde, van het Erasmus MC in Rotterdam
- Prof. Dr. S. Lamberts, endocrinoloog
- Prof. Dr. J.W. Koper, hoofd laboratorium inwendige geneeskunde
- Prof. Dr. E. Hoencamp, psychiater Parnassia Groep en professor Klinische Gezondheidspsychologie en neuropsychologie. Universiteit Leiden
- Dr. P.M.J. Haffmans, farmacoloog Parnassia Groep en docent Klinische Gezondheidspsychologie en neuropsychologie. Universiteit Leiden
- Dr. T. van Veen (LUMC), medisch bioloog en epidemioloog.
Startdatum en looptijd
1 september 2007- 31 december 2010
Achtergrond van het onderzoek
Stressvolle gebeurtenissen hebben invloed op stemmingsstoornissen, waaronder de bipolaire stoornis. Gevoeligheid voor stress hangt samen met het functioneren van het stress-systeem, ofwel de HPA (Hypothalamus-Pituitary-Adrenal-) as. Deze gevoeligheid wordt onder andere bepaald door genetische varianten, ofwel polymorphismen, van de glucocorticoid receptor (GR) en de mineralocorticoid receptor (MR), waardoor de gevoeligheid voor het stresshormoon cortisol verandert.
Doelstelling van het project
Het onderzoeken van de effecten van de verschillende polymorphismen op het beloop en de ernst van de bipolaire stoornis.
Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?
Het is een prospectief onderzoek, waarin gestreefd wordt om 300 patiënten met een bipolaire stoornis gedurende 3 jaar te volgen dmv de Life Chart Methode. Verder wordt een deel van de patiënten en hun eerstegraads familieleden cross-sectioneel onderzocht op neuropsychologisch functioneren en functioneren van de HPA-as.
Zijn er al (voorlopige) resultaten?
In een studie van vorig jaar onder 241 patiënten met een bipolaire stoornis vonden we dat het 9-beta polymorphisme van de GR minder vaak voorkomt bij patiënten met een bipolaire stoornis, en als patiënten dit polymorphisme hebben zijn zij minder vaak manisch.