Informatie lithium

Inleiding

De informatie is bedoeld voor alle patiënten, die met lithium behandeld (gaan) worden, familieleden en andere betrokkenen. U kunt het gebruiken als kennismaking en later als naslagwerkje. Uw behandelaar kan er naar verwijzen en het kan een hulpmiddel zijn om samen de behandeling zo goed mogelijk te laten verlopen. Deze tekst is opgesteld door ervaren behandelaars. De nieuwste richtlijnen van de NVvP zijn erin verwerkt. De NSMD (tegenwoordig Plusminus – red) heeft de tekst mede beoordeeld.

Wat is lithium?

Lithium is een natuurlijke stof, die in ertsmijnen gewonnen wordt als zout. Het ziet er uit als keukenzout en smaakt ook zo, met een licht metalige bijsmaak. Het is goed in water oplosbaar. Het komt voor in planten, in sommige waterbronnen en in zeewater. Lithium is de werkzame stof. De toepassing ervan bestaat 50 jaar want rond 1949 wordt voor het eerst bericht over een dempende werking van lithium.

Sinds 1960 wordt het toegepast bij behandelen en voorkomen van manieën. Vanaf begin jaren zeventig is het middel door de overheid als geneesmiddel geregistreerd voor manische en depressieve ziekten. Het behoort tot de groep van medicijnen genaamd stemmingsstabilisatoren. Daartoe behoren ook carbamazepine en valproaat. Er zullen in
de toekomst waarschijnlijk meer medicijnen komen, die de stemming stabiliseren.

Wat doet lithium in het lichaam?

Hoewel het in bijna niet-meetbare hoeveelheden in het lichaam voorkomt, speelt het daarin onder normale omstandigheden, voor zover bekend, nauwelijks een rol. Na inname verspreidt lithium zich door het hele lichaam. Het speelt in de hersenen een rol in de prikkeloverdracht tussen zenuwuiteinden, die verstoord is bij manische en depressieve verschijnselen. Ook helpt het voorkomen dat deze ontregeling opnieuw optreedt. Lithium
heeft daarnaast invloed op diverse andere organen.

Wanneer wordt lithium geadviseerd in de psychiatrie?

Het wordt vooral toegepast bij behandeling van de manisch depressieve stoornis (MDS),
ook wel de bipolaire stoornis genoemd:

  • Bij een manische toestand: acute behandeling
  • Bij het voorkomen van manische en depressieve ontregelingen van de stemming: preventie of onderhoudsbehandeling
  • Als ondersteuning bij behandeling van depressies, aan antidepressiva toegevoegd: additie of augmentatie.

Na drie episoden van ziekte, waarvan minstens één manische periode, is preventieve behandeling met lithium of een andere stemmingsstabilisator aangewezen. Na één manische episode is preventie meestal (nog) niet nodig. Na twee episoden, waarvan één manische, moet preventieve behandeling overwogen worden, met name als er één
episode een ernstig verloop heeft gehad. Het vóórkomen van dezelfde klachten bij familie en hoe zij, maar ook u zelf, reageerden op voorgaande behandeling, is van betekenis.

Wat zijn manische en depressieve verschijnselen?

Voor de volledigheid worden die hier vermeld. Lees over dit onderwerp ook de informatie van NSMD en NVvP. Deze wordt achterin vermeld. Daar staan ook titels van diverse goede boeken over de MDS.

Manische verschijnselen zijn: overdreven opgewektheid en enthousiasme, snelle irritatie en woede, niet in overeenstemming met de directe aanleiding, overschatting van de eigen mogelijkheden (grootheidsgedachten), een afgenomen behoefte aan slaap, het spraakzamer zijn dan normaal of spreekdrang, gedachtenvlucht en/of versneld denken, snel afgeleid, een verhoogd energieniveau en toegenomen dadendrang, het wegvallen van remmingen.

Het gevaar is dat men dingen doet waar men later spijt van heeft zoals: te veel geld uitgeven of impulsieve seksuele contacten. Een ander gevaar is lichamelijke uitputting of verstoring van sociale contacten.

Depressieve verschijnselen zijn: erg in de put zitten, verlies van interesse en plezier in activiteiten, het ervaren van emotionele leegte, een trage gedachtengang, concentratie-verlies, besluiteloosheid, nergens meer toe komen, verlies van energie, moeheid, onterechte zelfverwijten en schuldgevoelens, lichamelijke onrust of juist geremdheid, terugkerende gedachten over dood willen zijn en suïcide. Lichamelijke verschijnselen zijn: verstopping, verlies van eetlust en vermagering, slaapstoornissen en vroeg ontwaken, of juist de hele dag willen slapen.

Depressie en manie volgen elkaar op of gaan in elkaar over. Soms zijn depressieve en manische verschijnselen gelijktijdig aanwezig. Tussendoor zijn er perioden waarin geen verschijnselen aanwezig zijn. Deze tussenperioden kunnen kort zijn of jarenlang duren.

Ziekteverloop van MDS

Een hulpmiddel bij het in kaart brengen van episoden is de “life chart methode”: het ziekteverloop in vergelijking tot gebeurtenissen die daarop van invloed (kunnen) zijn. Deze registratie biedt u en uw behandelaar een goed inzicht in het verloop van uw ziekte, de eventuele samenhang met levensgebeurtenissen en de effecten van behandeling.

Zonder behandeling duren manische of depressieve perioden gemiddeld 3 tot 6 maanden; korter of langer, tot soms jaren, is mogelijk. Als er eenmaal een manie of depressie is opgetreden blijft er levenslange kwetsbaarheid voor opnieuw doormaken van episoden. De MDS komt familiair voor. Een kind van een ouder met de MDS heeft een verhoogde kans om gedurende zijn leven een stemmingsstoornis te krijgen. Als beide ouders de MDS hebben is die kans verder verhoogd. Het gebruik van lithium is hierop niet van invloed.

De oorzaak van de MDS is niet opgehelderd. De erfelijke aanleg of kwetsbaarheid speelt een rol. Daarnaast zijn er psychische, sociale en lichamelijke factoren, die van belang blijken. Het is zinvol uit te zoeken welke factoren bij u een rol spelen. U kunt dit het beste doen samen met uw behandelaar.

Wanneer geen behandeling met lithium?

Deze behandeling vereist dat bepaalde organen in het lichaam goed functioneren, met name nieren, schildklier en hart. Een onregelmatige hartslagnieraandoeningen, hoge bloeddruk of verstoorde schildklierwerking, kunnen aanleiding zijn tot een aangepaste lithiumbehandeling. Na een recent hartinfarct en bij acuut nierfalen mag het slechts gegeven worden in overleg met de internist, cardioloog of nierspecialist. Het gebruik van een andere
stemmingsstabilisator kan worden overwogen.

Een verstoorde verhouding van zout en vocht in het lichaam, bijvoorbeeld bij brakendiarree of heftig transpireren, kan reden zijn om (tijdelijk) van lithium af te stappen wegens het gevaar van vergiftiging. Ook combinaties met bepaalde medicijnen en diëten vereisen extra aandacht.

Met toepassing van een gerichte controle en aangepaste dosis behoeft zwangerschap of hoge leeftijd geen bezwaar te zijn voor lithiumgebruik. Alle gebruikers moeten bereid en in staat zijn regelmatig contact te onderhouden met de voorschrijvende arts en zich aan de afspraken over het gebruik te houden.

Lithium moet dagelijks en over het algemeen langdurig gebruikt worden en er wordt regelmatig bloed afgenomen voor bepalingen. De voorschrijvende arts, in het algemeen een psychiater, moet ervaring hebben met deze behandeling en goed bereikbaar zijn voor de lithiumgebruiker.

Veilig gebruik

Bij inachtneming van een aantal regels is lithium veilig voor vrijwel iedereen, die het nodig heeft. Door u goed te informeren, u te houden aan afspraken, gemaakt met uw behandelaar, die let op de regelmatige controles, kan vergiftiging, het voornaamste gevaar, vrijwel zeker voorkomen worden.

Hoe begint een behandeling?

Indien bij u is vastgesteld dat u kunt profiteren van lithiumbehandeling, worden u vragen gesteld over uw gezondheid. Er wordt bloed- en urine-onderzoek gedaan en, indien uw leeftijd boven de 60 jaar is of indien er hartklachten zijn, wordt een hartfilmpje (ElectroCardioGram) gemaakt. Zo nodig kan een internist geraadpleegd
worden. U wordt mondeling door uw behandelaar geïnformeerd en ook schriftelijk. U beslist of u de lithiumbehandeling start. Zonder uw eigen inzet is dat niet goed mogelijk.

Hoe verloopt een behandeling?

U spreekt eerst vaker en later met grotere tussenpozen met uw behandelaar. Onderwerp zal zijn de stemmingswisseling en wat daarop van invloed kan zijn; medicatie en problemen, die u ermee heeft. De lithiumspiegel en de werking van nieren en schildklier worden gecontroleerd. Daartoe moet er regelmatig bloed bij u worden afgenomen in een laboratorium. U wordt éénmaal per jaar gewogen.

Er kan een life chart bijgehouden worden. In overleg met uw behandelaar kunnen andere behandelingen, die voor u van belang zijn, toegevoegd worden.

Welke positieve effecten zijn te verwachten?

Als lithium in de hersenen aanwezig is in een therapeutische hoeveelheid, bevordert dit een normalisering van de stemming: de manische of depressieve verschijnselen worden minder en verdwijnen sneller. Als u het daarna blijft gebruiken, dan helpt dit nieuwe episoden te voorkomen. Als deze toch optreden, dan kunnen ze minder
ernstig zijn of korter duren, zodat bijvoorbeeld ziekenhuisopname kan worden voorkomen of bekort.

Het maximale effect van zo’n preventie wordt meestal pas bereikt na een à twee jaar. Uit onderzoek blijkt, dat, als lithium gegeven wordt op goede gronden en juist gebruikt wordt, tot 70% van de patiënten hiervan profijt heeft.

Lithiumspiegel

De bloed- of lithiumspiegel is de hoeveelheid lithium per hoeveelheid bloed. Het wordt in een getal weergegeven en is resultaat van enerzijds de ingenomen hoeveelheid (aantal tabletten per dag) en anderzijds de uitscheiding, vooral door de nieren. Omdat direct na inname de bloedspiegel het hoogst is en langzaam afneemt, is de regel dat
twaalf uur (+/- 1 uur) na laatste inname de bepaling wordt verricht. Als u ’s morgens om 10 uur laat bepalen is het de bedoeling dat u de laatste tablet de avond ervoor om 22 uur ingenomen hebt.

Neemt u de tabletten niet in één keer maar gespreid, in meerdere keren per dag, in, dan moet u de tabletten van de volgende dag pas na bloedafname innemen. Meldt deze tijden en hoeveelheden bij de bloedafname. Een goed laboratorium vraagt daar ook naar. Bij beoordeling van de uitslag kan rekening worden gehouden met uw individuele dosis en uw doseerschema.

Bij verandering van de dagelijkse hoeveelheid duurt het ongeveer 5 dagen voor de bloedspiegel weer stabiel is. In het begin wordt de spiegel twee keer per week bepaald. Dit wordt al snel tot één keer per week en daarna tot één keer per maand teruggebracht. Bij de preventieve behandeling is controle 4 keer per jaar gebruikelijk.

Hoe veel lithium?

Om werkzaam te zijn moet er voldoende lithium in het lichaam aanwezig zijn. Dat is nauwkeurig te meten in millimol per liter (mmol/l), een scheikundige maat. De bloedspiegel wordt ingedeeld naar waarden gebaseerd op éénmaal per dag inname en bloedafname twaalf uur daarna:

  • Minder dan 0.6 – laag therapeutisch
  • 0.6 tot en met 0.8 – normaal therapeutisch
  • 0.8 tot en met 1.0 – hoog therapeutisch

Bij de acute behandeling van manieën kan de lithiumspiegel opgevoerd worden tot 1.2 mmol/l onder goede controle. Boven 1.5 mmol/l bestaat gevaar voor lithiumvergiftiging. Uw behandelaar adviseert u, op grond van het verloop en de bijwerkingen, welke spiegel in uw situatie het beste kan worden bereikt.

Eenmaal per dag op een vast tijdstip innemen

Het aantal tabletten, dat is de hoeveelheid nodig om de gewenste lithiumspiegel te verkrijgen, verschilt van persoon tot persoon en kan variëren tussen 400 en 2400 mg per dag, 1 tot 6 tabletten à 400 mg. Deze variatie wordt o.a. bepaald door lengte, gewicht, leeftijd, werking van de nieren, vochtinname en gevoeligheid voor het middel.

In het begin van de behandeling wordt het aantal tabletten langzaam verhoogd tot de gewenste spiegel bereikt is. Een andere methode van beginnen is: u krijgt, na een eerste dosis en spiegelmeting, direct de wenselijke hoeveelheid.

U kunt het beste een vast tijdstip kiezen, eenmaal per dag: vóór naar bed gaan bijvoorbeeld. Zo blijft de spiegel stabiel. De kans op vergeten is klein. Voor de standaardbepaling twaalf uur na inname is dit het makkelijkste. Innemen van de tabletten kan met water, yoghurt of een smakelijk (calorie-arm) drankje om de metalige nasmaak te
camoufleren.

Heeft u een keer de tabletten vergeten in te nemen, dan kunt u dat tot 4 uur later alsnog doen. In de overige gevallen is het raadzaam de dagportie over te slaan: “Vergeten is overslaan”. Ga na wat maakte dat u ze vergat, zodat u het voortaan kunt voorkomen.

Zijn alle lithiumtabletten hetzelfde?

Er zijn verschillende tabletten en capsules in verschillende hoeveelheid milligram (mg) beschikbaar: lithiumcarbonaat 200, 300, 400 mg, Camcolit® 400 mg, Priadel® 400 mg en lithiumcitraat, Litarex® 564mg. Met name het laatste middel verschilt van de overige omdat het een verlengde opnameduur heeft. Voor het gemak wordt u geadviseerd zo mogelijk steeds hetzelfde middel te gebruiken. De Li+WG heeft voorkeur uitgesproken voor merktabletten van 400 mg als eerste keus om vergissingen bij de inname, ten opzichte van de voorgeschreven dosering, te voorkomen.

Verandering van middel en doseringsschema per dag kan helpen om bijwerking te verminderen. De werking is gelijk ondanks verschillen in vorm en grootte van tablet, nasmaak en persoonlijke voorkeur. Bij omschakeling van Camcolit® en Priadel® naar Litarex® moet door de voorschrijver de dosis omgerekend worden, want 1½ à 2 maal is vereist bij lithiumcitraat om de spiegel te bereiken die bij lithiumcarbonaat werd aangehouden. Voor Litarex® moet volgens het Geneesmiddelvergoedingsysteem bijbetaald worden. Behandelaar en apotheker kunnen bij de keuze behulpzaam zijn.

Wat zijn de negatieve effecten, bijwerkingen?

Lithium wordt na gewenning over het algemeen goed verdragen en kan jarenlang voortgezet worden. Het is niet verslavend. Indien u bij uzelf iets afwijkends opmerkt, waarvan u vermoedt dat het door het gebruik van lithium ontstaan zou kunnen zijn, dan moet u dit melden aan uw behandelaar, die met u uitzoekt of het daaraan kan worden toegeschreven. Hier zullen de voornaamste besproken worden. In de bijsluiter van de apotheek kunt u er meer bijwerkingen aantreffen.

Veel voorkomende bijwerkingen

Hieronder beschrijven wij ongewenste effecten, die toe te schrijven zijn aan het middel zelf, en die voorkomen bij 15 tot 50 van de 100 behandelden. Indien deze effecten uitsluitend ontstaan door de werking van lithium, zoals bijvoorbeeld dorst, dan verdwijnen zij ook weer na staken van het middel. Indien de verschijnselen samenhangen met een verandering van functie, bijvoorbeeld van de schildklier, dan kan dat blijven ook na staken van het middel.

Eten, drinken en gewicht

Droge mond, dorst, veel drinken en veel plassen: Deze bijwerkingen ontstaan doordat lithium zout is. Het heeft invloed op zowel de nieren als de speekselklieren. De dorst en het vele plassen zijn vaak blijvend zolang u lithium gebruikt. U merkt dit soms al direct op maar meestal pas na enige tijd. Door dorst gaat u meer drinken. Dit veroorzaakt weer de toename van het plassen. Indien de urineproductie meer dan 3 liter per dag wordt is verder onderzoek zinvol. Het vele plassen is het lithiumeffect in de nier maar geen teken van beschadiging. U kunt de dorst bestrijden met drinken van water bijvoorbeeld gekoeld en op smaak gebracht met een beetje citroensap.

Door het effect op de speekselklier verandert de samenstelling van het speeksel en beschermt het uw gebit minder tegen cariës. U dient dagelijks voor een goede mondhygiëne te zorgen, zo nodig in overleg met uw tandarts of mondhygiëniste.

Gewichtstoename: Dit kan het gevolg zijn van de invloed die lithium heeft op de stofwisseling. Ook de verbeterde stemming leidt vaak tot beter eten. Het extra drinken tegen de dorst kan ook (ongemerkt) verhoogd caloriegebruik geven: vermijd de suiker en het zout in frisdrank. Drink daarom vooral gewoon water en houd uw eetgewoonten in de gaten. Pas deze zo nodig aan of overleg met een terzake kundige diëtiste. Grote gewichtswisseling echter, bijvoorbeeld bij forse vermagering, kan de lithiumspiegel veranderen en dan is extra spiegelcontrole gewenst.

Opgeblazen gevoel in de buik, soms misselijkheid, buikkramp en diarree: Dit komt in het begin van de behandeling voor. Meestal verdwijnt het na enige tijd. Verlagen van de dagdosering, of meerdere innames verdeeld over de dag, kan helpen. In enkele gevallen kan lithiumcitraat geprobeerd worden.

Trillen, presteren en concentreren

Trillende handen en spierzwakte: Trillen komt veel in het begin van de behandeling voor en bij een hogere bloedspiegel. Spierzwakte is vooral bij langdurige spierarbeid te merken, bijvoorbeeld een lange afstand lopen. Aanpassing van de dosering helpt vaak. Soms kan een medicijn, zoals propranolol, uitkomst bieden. Alcohol, koffie, thee, cola of chocola kunnen het beven versterken.

Verminderde concentratie, vergeetachtigheid: Veelgehoorde klacht is dat gebruikers merken dat ze minder goed kunnen onthouden en dat lezen niet meer zo lang vol te houden is. Dit moet niet worden verward met een (beginnende) depressieve stemming. Een trage schildklierwerking of te hoge lithiumpiegel moet uitgesloten worden. De trage reactiesnelheid kan het verkeersgedrag beïnvloeden. Neuropsychologisch testonderzoek kan deze klachten verduidelijken.

Nier en schildklier

Een voldoende nierfunctie is voorwaarde voor veilig gebruik van lithium. Daarom wordt de nierfunctie regelmatig in het bloed gecontroleerd. Bij sommige mensen kan na langdurig gebruik (langer dan 15 jaar) van lithium een geleidelijke afname van de nierfunctie optreden. Helaas is niet goed te voorspellen bij wie dit zal kunnen gebeuren. Daarom wordt tenminste tweemaal per jaar bij iedereen die lithium gebruikt de nierfunctie gecontroleerd. In het geval dat er een duidelijke afname van de nierfunctie zichtbaar begint te worden, wordt overleg gepleegd met een nierspecialist (nefroloog). Dan kan zorgvuldig afgewogen worden of en zo ja op welke termijn lithium vervangen moet worden door een alternatief. Meteen en abrupt stoppen met lithium is ook dan niet nodig en zeker niet wenselijk. Meer informatie hierover staat in de richtlijn.

Trage schildklierwerking: Lithium kan, vooral bij vrouwen en indien schildklierziekte in de familie voorkomt, de schildklierwerking vertragen. De omvang van de schildklier kan toenemen. Dit noemen we struma of krop. De hals wordt dan dikker. Als de schildklierwerking vertraagt kunnen op depressie lijkende verschijnselen optreden. In het bloed wordt minstens tweemaal per jaar een hormoon gecontroleerd, Thyroïd Stimulerend Hormoon (TSH), een gevoelige maat. De afwijking kan worden hersteld met schildklierhormoon. Er kan door uw behandelaar voorgesteld worden het tekort te behandelen voordat er verschijnselen zijn. Dit helpt ook om ontregeling van de stemming te voorkomen.

Weinig voorkomende bijwerkingen

Deze komen voor bij minder dan 10 van de 100 lithiumgebruikers en zijn, als alle bijwerkingen, mede afhankelijk van een bestaande, individuele kwetsbaarheid, die zich tijdens lithiumbehandeling kan manifesteren.

Huid

Toename huidafwijkingen: Acné (jeugdpuistjes) en psoriasis (schubbenziekte) kunnen toenemen of voor het eerst optreden. Hiervoor zijn verschillende behandelingen voorhanden bij de huisarts of huidarts. Bij vrouwen komt een enkele keer als voorbijgaande klacht een toegenomen haaruitval voor.

Stemming

Vlakke stemming: Na enige tijd lithiumgebruik bemerken patiënten soms een zekere vlakheid en vermindering van creativiteit. Dit moet worden onderscheiden van depressieve verschijnselen. Meestal is er sprake van een gemis van de manische verschijnselen toen men ‘tot zoveel in staat was’. Ook de afwezigheid van de soms jarenlange wisselingen in de stemming kan een gevoel van ‘saaiheid van het leven’ geven. Verlaging van de lithiumspiegel kan soms helpen.

Hartritme

Hartritmestoornis: Zelden wordt een onregelmatige en trage hartslag gemeld, vooral als er in de voorgeschiedenis al sprake was van een hartziekte. Overleg dit altijd met uw behandelend arts en cardioloog.

Seksualiteit

Vaak melden lithiumgebruikers vermindering van de beleving van de seksualiteit. Er zijn andere verklaringen mogelijk. Als de stemming stabiliseert kan ook het seksuele gedrag gelijkmatiger worden en worden ervaren als minder dan in de manische intense episoden. Verminderde zin in vrijen komt ook voor bij een (beginnende) depressie. De gelijkmatigheid heeft invloed op de relatie met de partner, wat op zijn beurt een weerslag op de seksuele relatie kan hebben. De gevoelens bij een orgasme veranderen meestal niet. Ook dit onderwerp moet u met de behandelaar kunnen bespreken als u denkt dat het aan de lithium ligt of als u om die reden de lithium zou willen stoppen.

Wat is er aan bijwerkingen te doen?

Zoals boven beschreven kan door aanpassen van de dosis, voor zover mogelijk, veel worden verholpen. Dit moet worden afgewogen tegen het risico van verminderde bescherming. Soms zijn bijkomende medicijnen van nut. Ook uw stemming kan van invloed zijn op de mate waarin u last ervaart van bijwerkingen.

Een gedeelte van de bijwerkingen zal na gewenning en aanpassing minder last veroorzaken. Zijn de bijwerkingen ondraaglijk of te gevaarlijk dan kan een andere stemmingsstabilisator overwogen worden. Overigens is er ook dan kans op bijwerking of andere beperking. Een belangrijk deel van de samenwerking in een behandeling is het afwegen van de positieve en negatieve effecten. Een aantal ongemakken moet vaak geaccepteerd worden. Het is de prijs die betaald moet worden voor de bescherming tegen nieuwe episoden van de ziekte.

Wat is een lithiumvergiftiging?

Bij een spiegel boven 1.5 mmol/l, maar ook wel eens bij een lagere, kan er een lithiumvergiftiging optreden. Dit is, zonder tegenmaatregelen, een ernstige toestand waardoor blijvende schade kan optreden. De oorzaak is meestal een tekort aan vocht en zout bij een gelijkblijvende lithiuminname. Uiteraard kan zo’n vergiftiging ook optreden als iemand te veel lithium inneemt.

Vergiftigingen kunnen geleidelijk ontstaan, zodat, soms, de omgeving het eerder in de gaten heeft dan uzelf. Vooral bij ouderen kunnen meerdere factoren tegelijkertijd aanwezig zijn. Door zorgvuldig met lithium om te gaan is een vergiftiging vrijwel altijd te voorkomen. De kans op een te hoge spiegel en vergiftiging neemt toe in de volgende situaties: Diarree en braken – bijvoorbeeld bij buikgriep of voedselvergiftiging. Overmatig vochtverlies door transpireren – bijvoorbeeld bij intensief sporten, sauna, vakantie in een warm land, zware spierarbeid. Extreem vermageringsdieet – bijvoorbeeld gewichtsverlies meer dan 2 kg per maand. Zoutarm dieet – bijvoorbeeld bij maatregelen tegen waterzucht of hoge bloeddruk. Eetlustverlies – tijdens een acute ziekte, hoge koorts.
Gebruik van medicatie, bijvoorbeeld plaspillen.

Verschijnselen van lithiumvergiftiging

Dit kunnen zijn: Flinke toename van gewone bijwerkingen – bijvoorbeeld flink beven Misselijkheid, braken, buikkramp, diarree.Concentratieverlies, loomheid, sufheid, slaperigheid. Zwaar gevoel in de armen en benen, spierzwakte. Onzeker en waggelend lopen, onduidelijk en moeilijk spreken. Verwardheid, tenslotte treden spiertrekkingen op, spierkrampen, epileptische toevallen.

Wat moet er bij vergiftigingsverschijnselen worden gedaan?

Indien een of meerdere van deze verschijnselen optreden: geen lithium meer innemen en vervolgens: Uw huisarts en/of uw psychiater (laten) waarschuwen – zodat de spiegel wordt bepaald. Extra zout en vocht helpt – bijvoorbeeld een of twee koppen bouillon. Zonder behandeling treedt bij ernstige vergiftiging bewusteloosheid op en kan men overlijden. Bij uitstel van herstelmaatregelen kunnen restverschijnselen overblijven.

Hoe snel werkt lithium?

In de manische fase werkt lithium meestal na één tot enkele weken. Bij een preventieve toepassing wordt meestal pas na één à twee jaar duidelijk of nieuwe episoden ook werkelijk uitblijven of minder heftig verlopen.

Hoe lang is lithium nodig?

Als het gebruik van lithium nieuwe manieën en depressies moet voorkomen, dan is het nodig dat het jarenlang dagelijks wordt ingenomen. De kwetsbaarheid voor nieuwe episoden blijft levenslang en die wordt door lithium niet minder. Als de patiënt het op goede gronden is gaan gebruiken en de behandeling heeft succes, dan wordt geadviseerd er levenslang mee door te gaan.

Hoe moet lithium gestopt worden?

Velen willen ook na jarenlang succesvol gebruik toch weten hoe het is zonder lithium. Hoewel dit vanuit wetenschappelijk oogpunt niet aan te raden valt, en het ook wel voorkomt, dat bij hervatten lithium niet meer zo goed werkt als tevoren, proberen veel patiënten een keer te stoppen.

Op basis van nu beschikbare kennis wordt behandelaars geadviseerd de dosis geleidelijk, over een periode van enkele maanden, te verminderen. Plotseling staken, binnen een periode korter dan 14 dagen, kan een episode uitlokken. Bij optreden van depressie of manie kan de dosis verhoogd of de toediening opnieuw gestart worden. Als u stopt met lithium is dat geen reden om andere behandelafspraken te beëindigen. Uiteindelijk bent u onder behandeling voor een ziekte, die weer verschijnselen kan geven, ook als die lange tijd afwezig zijn geweest.

Andere stemmingsstabilisatoren

Als ondanks de juiste lithiumtoepassing toch stemmingsontregelingen blijven voorkomen, ook na aangepaste verhoging van de spiegel, dan kunnen andere stemmingsstabilisatoren in combinatie met, of in plaats van, lithium gegeven worden. De meest gebruikte andere middelen zijn: valproaat (o.a. Depakine®) en carbamazepine (o.a. Tegretol®). Zij hebben andere bijwerkingen en beperkingen. Het kan nodig zijn dat de behandelaar, op grond van de NVvP-richtlijn, adviseert over te gaan op een combinatie.

Lithium en andere medicijnen

Lithium kan met de meeste medicijnen worden gecombineerd. U moet bij ieder artsencontact zeggen dat u lithium gebruikt omdat daar rekening mee kan worden gehouden. Overleg ook met de arts die u lithium voorschrijft. Laat uw behandelend arts ook weten indien u vrij verkrijgbare medicijnen gebruikt zonder doktersvoorschrift. Ook uw apotheker kan adviseren over het al dan niet samen kunnen gaan van de verschillende medicijnen die u gebruikt. Psychofarmaca kunnen elkaars (bij)werking veranderen en versterken: o.a. bestaat deze wisselwerking met antidepressiva. Vraag er gerust naar.

Medicijnen, die invloed hebben op de lithiumspiegel, zijn vooral:

  • Diuretica (plastabletten) – voor vochtafdrijving en bij hoge bloeddruk
  • Antihypertensiva – hoge bloeddruktabletten
  • Antireumatica – ontstekingswerend bij spier- en gewrichtsklachten
  • Narcosemiddelen in het kader van algehele verdoving en spierverslapping
  • Antibiotica en antibacteriële middelen – bij infecties

Indien u bovengenoemde middelen langdurig nodig hebt, is het meestal mogelijk deze te combineren met lithium: door aanpassing van de dosis en frequentere spiegelcontrole. Zo nodig kan een andere stemmingsstabilisator overwogen worden. Gebruik voor eenvoudige pijnstilling liefst paracetamol.

Operaties

Er wordt soms geadviseerd lithium enkele dagen voor een operatie te staken. Vaker is dat onnodig. Bij operatieve ingrepen kan de vochtbalans sterk veranderen en daardoor de spiegel. Zodra de vochtbalans weer normaal is kan lithium worden hervat. Ook het narcosemiddel kan van invloed zijn. Bespreek dit met de behandelaar, maar ook met de chirurg en de anesthesist, ruim van te voren. Na de operatie moet de spiegel enige tijd gecontroleerd worden.

Wie zijn de behandelaars?

Uw arts is verantwoordelijk voor het medicamenteuze deel van de behandelingsovereenkomst. Een lithiumbehandeling wordt zowel in het begin als later gecombineerd met gerichte gesprekstherapie of sociaal maatschappelijke begeleiding; sociaal psychiatrisch verpleegkundige of psycholoog/psychotherapeut kan daarvoor ingeschakeld worden. Deze kunnen ook uw gesprekspartner zijn of worden tijdens de behandeling.

Er komen steeds meer behandelteams die zich toeleggen op de behandeling van de MDS. Uitgangspunt is dat u en uw behandelaars vaak een jarenlang contact onderhouden en dat u in een crisis bij hen terecht kunt om erger te voorkomen.

Een psycho-educatie-cursus, voorlichting over MDS, kan een onderdeel van de behandeling zijn. Deze wordt vaak in een groep gegeven al dan niet met uw partner.

Een noodplan ‘hoe dreigende ontregeling te herkennen en hoe dan te handelen’ kan onderdeel van zo’n cursus zijn. De NSMD verzorgt ook deze voorlichting. Het verdient aanbeveling dat uw partner of andere naaste betrokkenen een keer kennismaken met uw behandelaar en zich goed op de hoogte stellen van uw ziekte en lithiumgebruik.

Wat kan de familie doen?

Een partner of familielid die lijdt aan Manisch Depressiviteit is voor de naaste betrokkenen vaak een zware last. Vooral tijdens manieën kunnen de mensen in de directe omgeving van de patiënt uitgeput raken. Tijdens de depressieve perioden voelen ze zich vaak machteloos en niet in staat het lijden van de patiënt te verlichten. Als een lithiumbehandeling gestart wordt, gaat veel aandacht naar de patiënt en als die daarna opknapt, wordt nog wel eens vergeten dat de omgeving dan pas toekomt aan hun eigen problemen en emoties. Zij kunnen daarbij steun nodig hebben.

Er is vaak angst en onzekerheid in de omgeving dat ‘HET weer opnieuw begint’. Het valt dan tegen als er nieuwe episoden optreden, terwijl door het lithiumgebruik er juist nieuwe hoop was gewekt. Het is zinvol als de omgeving daarvoor aandacht vraagt bij de behandelaar. Wordt de steun als onvoldoende ervaren denk dan, daarnaast, aan de ervaringsdeskundigheid van de NSMD. De betrokkenheid van partner en familie is al onderstreept bij psycho-educatie en bij het opstellen van het noodplan.

Hierbij kan men vanuit de omgang met de patiënt waardevolle informatie geven over vroege verschijnselen van een nieuwe ziekteperiode en welke maatregelen wel of niet helpen. In de omgeving moet men goed op de hoogte zijn van de verschijnselen van lithiumvergiftiging. Het is raadzaam dat de naaste betrokkenen met de patiënt bespreken hoe zij kunnen helpen bij het dagelijkse medicijngebruik en hoe zij kunnen steunen de behandeling vol te houden.

(Bloed)donorschap

Er is geen bezwaar om met lithium bloeddonor te zijn. De tijdelijke vermindering van de hoeveelheid bloed door de bloedafname verstoort de bloedspiegel heel weinig. Orgaandonatie is met het gebruik van lithium eveneens onveranderd mogelijk.

Alcohol en (hard) drugs

Beperkt sociaal gebruik van alcohol tot maximaal tweemaal een glas is geen bezwaar. Overweeg wel: alcohol kan leiden tot vocht- en zoutverlies en zodoende de spiegel verstoren. En ook: alcohol kan de stemming ontregelen. Het af en toe gebruiken van soft drugs kan waarschijnlijk geen kwaad al geldt ook hier: het kan stemmingswisselingen bevorderen. Gebruik van hard drugs wordt altijd ontraden.

Autorijden

Meestal is er geen bezwaar tegen autorijden na instelling op lithium. Tijdens manieën of depressies kan autorijden echter levensgevaarlijk zijn. Ook tijdens behandeling kan, in geval van concentratieverlies, de reactiesnelheid verminderen. Overleg met uw behandelaar en vraag zo nodig advies van een ervaren rij-instructeur.

Anticonceptie, zwangerschap, bevalling en borstvoeding

Hier volgen slechts de belangrijkste opmerkingen voor wie het betreft. Op anticonceptie en ‘de pil’, heeft lithium geen invloed. Tijdens lithiumgebruik is anticonceptie aan te bevelen omdat er extra risico’s aan te wijzen zijn. U dient kinderwens echt tijdig met uw behandelaar te overleggen. Kinderwens en toch lithium: het is mogelijk¼ maar grond voor vele afwegingen. Betrek dus uw behandelaar in die beslissing en vooral in het te volgen beleid.

Het risico voor het kind op een aangeboren hartafwijking blijkt mee te vallen indien lithium lager en vaker per dag gedoseerd wordt. U dient af te wegen of u, voorafgaand en tijdens zwangerschap (tijdelijk) stopt, met kans op terugval, of dat u een beperkt risico accepteert. Voor de bevalling wordt met lithium gestopt. De bevalling zelf vindt plaats in het ziekenhuis in verband met kans op problemen voor het kind. In de periode na de zwangerschap is de kans op een manie of een depressie bij de moeder verhoogd. Daarom wordt aangeraden na de bevalling snel weer met lithium te beginnen.

Borstvoeding kan vanwege risico’s voor het kind niet met lithium worden gecombineerd. Medicijnen, die de borstvoeding onderdrukken, mag u niet gebruiken omdat er u er manisch van kunt worden.

Ouderen

Ook op hoge leeftijd kunnen de stemmingsontregelingen blijven terugkomen. Preventie hiervoor blijft nodig gedurende het hele leven. Lithium kan op oudere leeftijd gewoon doorgebruikt worden. Wel is het zo dat in deze levensfase meer lichamelijke ziekten optreden en dat er vaker medicijnen gebruikt worden die de lithiumspiegel kunnen beïnvloeden. Ouderen drinken nog wel eens te weinig. Bij vergeetachtigheid zal dit zal een extra aandachtspunt moeten zijn voor hun omgeving.Soms moet de dosis aangepast worden en zal de spiegel vaker bepaald worden. In het algemeen wordt de behandeling wat ingewikkelder maar dat is geen reden tot staken.

Jongeren

Lithium wordt wel toegepast bij jongeren maar er zijn nog weinig gegevens over. Laat u hierover informeren door een terzake deskundige.

MDS en arbeid

Arbeidsongeschiktheid door lithium komt weinig voor. Veel MDS-patiënten kunnen door het middel juist een veel stabielere carrière opbouwen. Werkzaamheden, waarbij veel spierarbeid wordt verricht en waarbij veel getranspireerd wordt, kan soms leiden tot aanpassingen en adviezen met betrekking tot extra drinken. Wisselende werktijden en met name onregelmatige nachtdiensten kunnen ongewenst zijn vanwege de kans op ontregeling van de stemming door verstoring van het dag-nacht-ritme.

Een goede werkgever stelt zijn werknemers in staat de noodzakelijke medische behandeling te ondergaan en geeft gelegenheid voor bezoek aan de behandelaar en het laboratorium.

Vakantie

Zorg voor voldoende medicijnen als u naar het buitenland gaat. Bij hoge temperaturen kunt u veel zout en vocht verliezen door transpireren. Dit moet u aanvullen. Zorg voor een medicijnpaspoort via uw apotheker.